Het boek “Zorggroepen in toekomstperspectief” geeft in ruim honderd vlot te lezen pagina’s een helder overzicht van de huidige stand van zaken en een toekomstperspectief van zorggroepen. Het is geschreven door dr. G.L. Leusink en Drs. E.P.W.A. Talboom-Kamp, uitgave is mogelijk gemaakt door de SAN (Centra voor Medische Diagnostiek).
Als ik op basis van de informatie uit dit fraaie naslagwerk CareSharing evalueer dan kom ik tot de conclusie dat we voor de huidige problemen van veel zorggroepen goede oplossingen hebben en we toekomstproof zijn.
CareSharing als oplossing voor huidige problemen
ICT is voor veel zorggroepen een probleem (verschillende HISsen binnen een zorggroep, koppeling met ketenpartners, uitwisseling patiëntgegevens tussen 1e en 2e lijn). Transparantie over geleverde kwaliteit kost veel tijd en moeite.
Wij ondersteunen momenteel zorggroepen waarin met verschillende HISsen gewerkt wordt. CareSharing is hier complementair aan het HIS. Uniforme registratie van patiëntgegevens, het delen van informatie met andere ketenpartners en transparantie ‘met een druk op de knop’ is voor deze groepen geen probleem.
Veel zorggroepen neigen naar een monodisciplinaire aanpak. Het aanleveren van prestatie- en procesindicatoren is een belangrijk speerpunt, als dit goed lukt dan is de zorggroep al zeer tevreden. Het lijkt erop dat deze indicatoren gebaseerd zijn op wat er in de HISsen geregistreerd kan worden. ICT ondersteuning van deze overwegend monodisciplinaire manier van werken kunnen wij uiteraard prima bieden.
Er zijn altijd zaken die beter kunnen, zoals de uitwisseling van gegevens tussen HIS en KIS, maar door de positieve attitude en het wederzijds vertrouwen is er sprake van synergie tussen de zorggroep en CareSharing.
CareSharing voor de toekomst
De ideale ‘ketenzorggroep’ van de toekomst is ‘mission driven’ en ‘multidisciplinair’. Deze zorggroep werkt conform het ‘chronic care model’.
In de nabije toekomst voldoet een monodisciplinaire aanpak niet meer. Zodra de functionele bekostiging wordt ingevoerd zullen er andere kwaliteitseisen gesteld worden zoals ‘patiënttevredenheid’ en ‘toegang van de patiënt tot zijn dossier’. Ondersteuning bij zelfmanagement en multidisciplinaire registratie in één online patiëntdossier zijn vereisten om volgens het chronic care model te kunnen werken.
De huisartsinformatiesystemen kunnen deze functionaliteit niet bieden, ook niet in de nabije toekomst. Volgens Klink is het landelijk EPD de oplossing. Bij ziekten als diabetes en COPD is het zaak om de essentiële gegevens snel en overzichtelijk weer te geven, kan het EPD hieraan voldoen? Vraag is wanneer dit EPD online gaat, januari 2010? Is dit EPD dan alleen voor professionals waarbij aanvankelijk slechts het WDH bericht en Medicatiedossier zijn in te zien en niet het voor ketenzorg van belang zijnde e-diabetesdossier? Heeft de patiënt toegang tot zijn gegevens en gaat dit verder dan alleen inkijkfunctie, met andere woorden kan hij ook data toevoegen en online communiceren met de zorgverleners? Pas dan zal er immers pas echt sprake zijn van zelfmanagement volgens het chronic care model.
In onze optiek werken de verschillende systemen in de toekomst complementair aan elkaar. Ieder systeem met z’n noodzakelijke en unieke functionaliteit waardoor er synergie optreedt. Dit is de manier waarop software tegenwoordig ontwikkeld wordt. Neem bijvoorbeeld webbrowers waar je plugins kunt installeren, of Apple die door andere partijen ‘apps’ laat maken voor de iPhone waardoor de gebruikersmogelijkheden exponentieel toenemen.
Een Ketenzorg Informatie Systeem als CareSharing is nu en voor de toekomst een onmisbare schakel in de ketenzorg zoals we die in Nederland voor ogen hebben.
Tijs Rietjens





